2009: Leuke vrouwen in de tram

2009: Een iets te ver doorgebogen baby
2008: Meer kindertjes maken
Ik zat in de tram. Bij het raam. Naast mij was een lege plaats. Voor en achter mij zaten nog meer mensen in dezelfde opstelling: alleen bij het raam, naast hen een lege plaats.
Wanneer er nieuwe passagiers binnenkomen -en ik zou mogen kiezen- heb ik altijd het liefst dat er een leuke vrouw naast mij komt zitten.
Maar dat gebeurt niet.

Leuke vrouwen gaan altijd op een enkele zitplaats zitten. Of als het echt niet anders kan naast andere vrouwen. Behalve als ze iemand bij zich hebben. Dan durven ze ineens en kletsen ze honderduit.
Niet met mij natuurlijk, maar met degene die ze bij zich hebben.

Ik durf te stellen dat negen van de tien leuke vrouwen in de tram bij voorkeur niet naast een vreemde man gaan zitten. Dus ook niet naast mij. Hoewel ik toch op mijn beurt een leuke man ben en altijd zo geruststellend mogelijk kijk. Ik staar niet naar ze. Ik zie er niet onfris uit.

Honderd kilo

Vrouwen met een hoofddoek nemen al helemáál niet naast vreemde mannen plaats.
Tenzij ze over de honderd kilo wegen en een buggie bij zich hebben, plus drie kleine kinderen en vier volle boodschappentassen.
Dan schijnt het ineens geen bal meer uit te maken.

Een vergissing

Ja, gisteren ging er heel eventjes een leuke vrouw naast me zitten. Dat heeft tien seconden geduurd. Ze verhuisde direct naar een enkel stoeltje aan de overkant van het gangpad toen dat ineens vrijkwam.
Alsof ik een vergissing was die ze nog net op tijd herstelde.
Nu moest ze achteruit rijden.
Vrouwen houden helemaal niet van achteruit rijden.
Maar deze vrouw reed liever achteruit dan naast mij te moeten zitten.
Het liefst had ik haar gevraagd waarom ze van mij was weggevlucht.
Daar ben ik dan wel benieuwd naar.

Lees ook:
2004: Het fijne van de tandarts

Bij mijn weten stonk ik niet. Ik maakte geen smerige geluiden, zoals boeren, winden of telefoneren.
Ik had ook geen last van keuvelende darmen.
Ik schurkte niet tegen haar aan. Ik legde mijn hand niet op haar knie. Ik staarde niet naar haar. Ik zag er niet onfris uit.
Ik zie werkelijk het bezwaar niet om naast mij te zitten.

Zwetende tokkies

Dat is er ook niet, getuige de gretigheid waarmee al het andere vulmateriaal van de tram naast me plaatsneemt. Dat vulmateriaal varieert van oude truttige lijken op weg naar het Concertgebouw tot zwetende tokkies die net terugkomen uit de sportschool.
De volgende keer dat er weer eens zo’n derderangs passagier naast me neerploft sta ik gewoon op.
Ik hoef dit niet te pikken. Ik ga demonstratief in het gangpad liggen.

Digitaal geremasterd op 12 november 2017 (lay-out, titel, tussenkoppen, tekst, afbeelding, seo].
Oorspronkelijk gepubliceerd op Verbal Jam.
Laatst bewerkt op: nov 12, 2017 @ 12:57

Deel artikel op sociale media!
Download PDF
(13 keer gelezen)

 

Geef een reactie

Geef als eerste een reactie!

Abonneren op
avatar
wpDiscuz