PlaceholderIn de vroege avond reed ik op de snelweg. Ik was net een jongedame aan het inhalen in een Fiat 500. Of zoiets. In elk geval zo’n oud koekblikje dat ze met haar vrouwelijke charmes nog ternauwernood door de APK had weten te slepen. Zij had een bloem in het haar en zat druk te beppen met de drie vriendinnen in haar gezelschap.
Opeens besloot het flowerpowervrouwtje te accelereren van tachtig naar honderdtwintig kilometer per uur. Daarmee was mijn inhaalmanoeuvre op slag zinloos geworden. Ik was juist van plan maar weer naar rechts te gaan, toen ik aan die kant ongeduldig werd ingehaald door een mannetje in een Skoda. Dat ging dus nog maar nét goed.

Meditatieve gedachtestroom

Het is dan de kunst om volkomen rustig te blijven. Want je kunt feitelijk niets terugdoen zonder je toevlucht te nemen tot buitenproportionele repressailles. U kent het machteloze gevoel.
Zen is dan toch de beste optie. Wegzinken in een kalme, meditatieve gedachtestroom.

Ik gaf dus plankgas en zette de achtervolging in op dat mannetje met die zwarte kut-Skoda. Ik ging rechts naast hem rijden, liet het raam zakken, trok een megafoon onder mijn stoel vandaan en wenste hem een reeks bijzonder levensbedreigende ziektes toe, alsmede een druiper en een weke sjanker. Onderwijl probeerde ik hem in de vangrail te drukken. De nieuwe maximaal toegestane VVD-snelheid van 130 kilometer per uur (alleen tussen 19:00 en 6.00 uur) hadden wij inmiddels al ruim overschreden.

Primitieve signalen

Om verder uiting te geven aan mijn ongenoegen gaf ik hem nog diverse primitieve signalen, zoals het opsteken van twee middelvingers tegelijk, het uitstallen van mijn wapenverzameling op mijn dashboard (waaronder een setje fijne werpmessen) en het tonen van mijn blote reet door het openstaande venster. Mijn zwager, die naast mij zat, was zo bereidwillig om zolang zijn voet op het gaspedaal te houden. Ondertussen krabbelde hij zijn laatste wilsbeschikking op een Rizla-vloeitje.

Lees ook:
Geheel door het lint bij verkeersruzie

Onlangs had ik in de file voor een openstaande brug wegens hoge nood nog een lege colafles voor driekwart volgezeken. Dit leek mij een uitgelezen moment om de schuimende inhoud daarvan maar eens te gaan lozen. En zo zwiepte ik als een pastoor met wijwaterkwast mijn heilig water uit het zijraam in de richting van de Skoda. Daar had die Skoda-loser niet van terug.

Zeg nu zelf: op die manier fantaserend ben je al gauw weer honderd kilometer verder en heb je tóch het voldane gevoel dat je je niet hebt laten piepelen door een Skoda.

Laatste revisie op: jul 14, 2018 @ 17:03.
Verscheen eerder op Verbal Jam onder de titel: ‘Rechts inhalen’.
Afbeelding: Pixabay (CC).

(154 keer gelezen)

 

Download PDF

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.