PlaceholderIk had de man van de bushalte geplukt. Bushalte Sacharov. Hij was daar onvrijwillig en languit gaan liggen en dat had ik vanuit mijn auto gezien. Ik was uitgestapt en had hem eerst maar eens op het bushaltebankje gehesen.
Ik had iets dergelijks eerder bij de hand gehad, maar toen was de onmachtige man dronken. Deze niet. Hooguit oud en zwak.
Vanaf het bushaltebankje zat hij nu wat beduusd te grijnzen van ‘kijk mij nu weer eens gek doen’.

Ik achtte hem niet in staat zelfstandig zijn reis met de bus voort te zetten. Hij stond domweg te slap op zijn benen. Ik hielp hem in mijn auto. Hij moest naar Kudelstaart. Naar een bijeenkomst van postzegelverzamelaars. Alleen luchtpostzegels, benadrukte hij. Alsof ze in Kudelstaart nog niet genoeg te stellen hebben met vliegtuigen.
Eigenlijk was ik onderweg naar de bibliotheek, maar vooruit, dan maar via Kudelstaart.

Lichtelijk weerzinwekkend

Met zijn besmeurde corduroy broek zag hij er wat sjofel uit. Maar dat kwam door het vallen. Hij had een totaal versleten lederen aktetasje bij zich. En een wandelstok van de Kijkshop. Zijn taalgebruik was keurig verzorgd en uitermate vriendelijk.
Vermoedelijk was hij een alleenstaande man. Dat zie je aan de details. De haartjes onder zijn onderlip waren bijvoorbeeld onvoldoende weggeschoren en bevatten enkele ondefinieerbare verontreinigingen. Misschien was het opgedroogde marmelade. Of uitgehard wondvocht.

Ik kon er niet goed naar kijken, want ik moest op de weg letten. Dat kwam goed uit, want ik kon er ook niet goed naar kijken in de zin dat ik het lichtelijk weerzinwekkend vond.
Een echtgenote zou hebben gezegd: “Zo kun je niet de deur uit!”
Hij kwam helemaal uit Den Dolder. Hij had non-Hodgkin gehad en was net klaar met de achtste chemokuur. Daardoor leek hij 86 in plaats van 68. Een echtgenote zou hebben gezegd: “Ben jij gek geworden, je kunt nauwelijks op je benen staan!”
Maar al die corrigerende echtelijke invloed was er blijkbaar niet geweest en dus had hij voortvarend de lange reis van Den Dolder naar Kudelstaart ondernomen.

Lees ook:
Melden bij de rechtbank

Donkere zaal

We arriveerden bij Dorpshuis ‘t Podium. Ik leidde hem aan de arm naar binnen. In een kleine donkere zaal zaten ze bij elkaar: de leden van de tachtig jaar oude Nederlandse Vereniging van Aero-Philatelisten ‘De Vliegende Hollander’. Iedereen was er al. Met de bus zou mijn passagier pas gearriveerd zijn als de bijeenkomst afgelopen was. Zo bezien was het achteraf een goed idee van hem geweest om te gaan liggen op die bushalte. Nu kon hij nog bieden op enkele zeldzame zegels.
Dat is het mooie van zo’n hobby, gewoon stug doorgaan met verzamelen tot de rand van het graf.

Ik kon de vallende man van bushalte Sacharov achterlaten in zijn vertrouwde kleine wereld. Een medefilatelist stond garant voor de terugreis naar Den Dolder.
Ik ging opnieuw richting bibliotheek. Onderweg overdacht ik: wat beweegt mensen om van heinde en verre naar Kudelstaart te komen? Voor postzegels! Het is blijkbaar een bloedserieuze business, maar zo te zien niet zonder risico’s.

Bron afbeelding: Postzegelblog.nl
Laatst bewerkt op: mei 23, 2018 @ 18:11.

(123 keer gelezen)

 

Download PDF

3 Reacties

  1. Mooie postzegels hadden we toch in ”ons” Nederlandsh Indië.
    Doen me denken aan de oude wandplaten op school met een dessah en een slanke bruine jongen met een karbauw op het rijstveld. Kasian.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.