2006: Kool en Kalebas

In de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw was het roemruchte Amsterdamse etablissement ‘De Groene Kalebas’ het trefpunt van jonge bohémiens die zich er lieten vollopen met drank, jazzmuziek en kunstkletspraat. Het café was gevestigd in een sousterrain in de Tweede Weteringdwarsstraat. Jazzmusici als pianist Louis van Dijk en saxofonist Henk van Es traden er op. Ook zanger Boudewijn de Groot meldt dat hij er dikwijls naartoe ging. Het was naar Parijs voorbeeld verder een verzamelplaats voor alles dat zich schrijver, schilder, dichter, pleiner, existentialist of beatnik noemde. Onder het genot van een blowtje reikten de aspiraties tot in de hemel.

2006: Ongebluste kalk

1959-Theodoor-van-Hoytemastraat-AmsterdamWij jongens waren ontdekkingsreizigers in de zandwoestijn die ze tuinstad noemden. Elke schooldag in 1959 schuimden we langs de Jan Tooropstraat, op weg naar de christelijke lagere school aan de Karel Klinkenbergstraat. Om ons daar met zekere regelmaat te laten trakteren op een oorvijg van juffrouw Van V., bijgenaamd de venijnige. In die tijd lieten de tien geboden blijkbaar nog alle ruimte voor de pedagogische tik.

2005: Het onkruid van Goethe

In het Goethemuseum te Weimar bevindt zich een collectie onkruid. Hij is destijds bijeengewied door Goethe, die een verzamelaar was van de aegopodium podagraria, onder tuinliefhebbers beter berucht als ‘zevenblad’.
Wie op zoek is naar een nieuwe uitdaging moet eens proberen een tuin te ontdoen van dit plantje. Dan leer je ‘t wel af, dat bijna ziekelijke zoeken naar nieuwe uitdagingen. Want na drie weken kun je weer van voren af aan beginnen.

2005: De koopjesloper

Naar huidige maatstaven gerekend was ik als tiener fout in de oorlog. Niet in de echte oorlog, die heb ik niet meegemaakt, maar in de supermarktoorlog. Op dinsdagavond vulde ik vakken bij Albert Heijn, op zaterdag werkte ik de hele dag in de winkel bij wijlen De Gruyter. Gelukkig heerste er toentertijd nog een betrekkelijke vrede tussen de grootgrutters. Tegenwoordig zou ik voor straf als verrader buiten de deur te kijk zijn gezet. Met een stapel Allerhandes onder mijn arm om daar in weer en wind te concurreren tegen de verkoper van de daklozenkrant. Het zou een afschrikwekkend signaal zijn naar het overige personeel: dit doen wij met collaborateurs, met overlopers, met dubbelspionnen!