De hele vorige week al speelde een nare hoest mij parten en floot de ademhaling onheilspellend. Zo’n beetje als een lugubere wind door het want van het spookschip De Vliegende Hollander blank.
Gisteren knapte er iets. In de rug. Tijdens een hoestbui schoot een felle pijnscheut door een van de ribben aan de achterkant. Sindsdien kon er niet meer gehoest worden, want dat deed ondraaglijk pijn.
Dat werd dus eventjes een vervelend dilemma voor het fysiek besturingssysteem.

Ik strompelde naar het ochtendspreekuur van de huisarts. Onderweg passeerde ik de altijd vroege bejaarden die op weg waren naar de supermarkt voor de kassakoopjes van de dag. Stuk voor stuk bleven zij nieuwsgierig staan om te zien wie die merkwaardig man was die om de tien meter een benauwd ‘uche-auw’ geluid voortbracht. Een enkeling maakte zelfs meewarig aanstalten om mij te helpen met oversteken.

Zij luisterde geboeid

De huisarts was in geen velden of wegen te bekennen. Zij had tijdelijk plaatsgemaakt voor een basisarts in opleiding. Die mocht op mij oefenen. Gelukkig was de basisarts een stuk knapper en lieftalliger dan mijn eigen huisarts, dus ik had er meteen alle vertrouwen in! Geboeid luisterde ze naar mijn longen en kon er blijkbaar geen genoeg van krijgen. Ik moest dermate dikwijls zuchten dat ik de hyperventilatie nabij was. Uiteindelijk werden mijn longen okee verklaard.

Althans, door de telefoon overlegde zij nog wél eventjes met haar supervisor die een kamertje verder zat. Of het geen pneumothorax was. Ze praten altijd potjeslatijn om je niet ongerust te maken, maar als geroutineerd hypochonder begreep ik natuurlijk meteen dat hier tersluiks een klaplong overwogen werd!
Daar werd ik mooi mee op stang gejaagd, maar gelukkig liep ‘t uiteindelijk wel los. De opperhuisarts kwam ook nog eventjes kloppen, priemen, porren en voelen. Eenstemmig kwam mijn medisch team tot de slotsom dat het hier moest gaan om een gescheurde tussenribspier (musculus intercostales).

Niemand neemt je nog serieus

Daar was ik mooi klaar mee! Of nee, wacht, ik was nog niet klaar, want mijn stembanden brachten ook al een week lang een lachwekkend piepend geluid voort. Dat is erg hinderlijk, want niemand in je omgeving neemt je dan nog serieus. Toen haar supervisor weer vertrokken was keek de leerlingarts daarom met een schijnwerpertje nog even in mijn keel. Vrijwel direct wendde zij vol walging haar blik weer af. Uit haar diagnose maakte ik op dat het pus bijkans van de klieren droop. Maar dat zou allemaal vanzelf weer overgaan, stelde zij mij gerust.

Lachspieren

Ik ben huiswaarts gezonden met een zware dosis pijnstillers, om daarmee door te kunnen hoesten of er niets aan de hand was. Maar het doet nog steeds zeer, lieve lezers. Ik ben echt zielig! En ik merk zojuist dat ik ook maar beter niet kan niezen of lachen. Daardoor vraag ik mij ineens ongerust af: zijn die tussenribspieren soms hetzelfde als lachspieren? Dat moet mij weer overkomen! Gescheurde lachspieren! Dit wordt dan héél behoedzaam grinniken de komende weken…

Ontknoping in 2017: Twaalf jaar later kwam bij een longfoto terloops de opmerking van de radioloog dat er in een rib een oude breuk zichtbaar was. Ik had destijds dus tóch een rib gebroken.

Eerder gepubliceerd op Verbal Jam.

Laatste revisie op 11 juni 2020.

(108 keer bezocht, 1 bezoeken vandaag)
Abonneer
Abonneren op
guest

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline Feedbacks
Bekijk alle reacties