Sommige zaken liggen uiterst gevoelig. Dermate gevoelig, dat de discussie erover een waar mijnenveld is. Explosief daarom ook. Je moet ontzettend op je woorden passen. Meestal is het veiliger om gewoon je mening onder stoelen of banken te steken. Zéker als je niet tot één van de groepen behoort waarover de discussie gaat.

De laatste jaren hebben we verschillende gevoelige onderwerpen aan ons voorbij zien trekken: de #metoo discussie, het gender-debat (LGBTQIAP) en nu weer het racisme-debat.
Mijn advies aan ‘buitenstaanders’ is nadrukkelijk: bemoei je er niet mee! De deelnemers aan dergelijke debatten (op sociale media vooral) hebben één gemeenschappelijk kenmerk: het zijn scherpslijpers, Preciezen. Als je maar eventjes buiten de door hen aangegeven lijntjes kleurt, is scherpe veroordeling, terechtwijzing en diepe verachting je deel.
Eveneens kenmerkend is het gebruik van moeilijke woorden, meestal overgenomen uit een al langer woedend discours in de Verenigde Staten. Dat is op zichzelf al mega-irritant. U weet, ik heb een hekel aan dat land. De ontegenzeglijke genialiteit wordt er overschaduwd door de hemeltergende stupiditeit, verpersoonlijkt in hun president. Daar moeten we niet achteraan lopen.

Witte mannen

Aan de orde is in Nederland momenteel het racisme-debat. Zoals gewoonlijk aapten we braaf de Amerikaanse activisten na. Zij bepaalden voor ons dat we niet blank zijn maar wit. Leerzaam: je weet als blanke man meteen hoe het voelt om in een bepaalde hoek gezet te worden. Dat dan wel.

Maar goed, als je dan zo’n witte man bent, snel bukken. Houd je erbuiten. De preciezen zijn nooit te overtuigen dat je geen racist bent. Je doet misschien je best, maar er is altijd wel iets op je aan te merken.
Als je voorzichtig een argumentje naar voren brengt, krijgt je per omgaande te horen: “Typisch dat een witte man mij weer gaat vertellen wat ik ervan moet vinden!”

De moeilijke woorden

Dan is er dus dat jargon. Dat is tenenkrommend. Ik heb alles moeten opzoeken.
Tegenwoordig hebben we namelijk ’systemisch racisme’ of ‘institutioneel racisme’. Gelukkig zijn die twee hetzelfde. We weten inmiddels dat BLM betekent: Black Lives Matter.
Maar waar ik echt de mist mee in ging was BIPOC. Dat staat voor Black, Indigenous People of Color. U merkt, dit kan allemaal niet in het Nederlands. Niet gewichtig genoeg. Daar imponeer je de opponent niet mee.
Verder moest ik ook nog een studie maken van de begrippen ‘inclusief’ en ‘intersectioneel’. Dat ‘inclusief’ kende ik van het bekende boekje Inclusief Denken, van Feitse Boerwinkel. En van de BTW natuurlijk. Dat scheelde dus alweer.

Steeds dommer

Ik ga me niettemin steeds dommer voelen. En buitengesloten. Gediscrimineerd eigenlijk. Want met mijn simpele lesboeren-diplomaatje ga ik dit intellectueel niet trekken. Verouderde kennis. Voor jongeren is dit vast gesneden koek. Toch? Dat moet wel, anders mag je niet naar de Dam of andere besmettingslocaties. Ik troost me met de gedachte dat zij weer niet weten wanneer de Slag bij Nieuwpoort was (2 juli 1600). Alsof ik daar ooit iets aan gehad heb, maar goed. BIPOC zal in de vaderlandse canon al helemáál geen lang leven beschoren zijn.

De vraag die me nog wél bezighoudt bij dit alles is: zo’n studie sociologie, waar al die kretologie volgens mij vandaan komt, héb je daar verder feitelijk nog wat aan? De ‘lesboer’ staat sinds corona in de lijst met ‘cruciale beroepen’, maar is dat met sociologen ook zo?

Toevoeging: Ik merk tot mijn schrik dat ik over dit onderwerp al vaker een beschouwing of een analyse heb moeten schrijven (even duur doen). Het zit mij blijkbaar hoog. Terecht. Idioterie!

Toevoeging 2: Bijna vergeten! Deze had ik nog bewaard voor een artikel als dit. Toepasselijk. Bron: 9gag.

Baizuo - bron: 9gag.
Bron: 9gag.

Laatste revisie op 10 juni 2020.

(293 keer bezocht, 1 bezoeken vandaag)
Abonneer
Abonneren op
guest

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline Feedbacks
Bekijk alle reacties